Op kantoor
Wat kost een monteursuur je echt?
Zijn brutoloon is ongeveer de helft. De rest zit in de uren die je niet factureert.
Vraag een installateur wat een monteursuur kost en je krijgt vaak zijn uurloon te horen. Dat is het bedrag op de loonstrook gedeeld door de uren, en het is ongeveer de helft van het echte antwoord. De andere helft zit in twee dingen die geen van beide op een loonstrook staan.
Eerst wat hij kost
Bovenop het brutoloon komen de werkgeverslasten: premies, pensioen, vakantiegeld, doorbetaling bij ziekte. Wat dat percentage bij jou is, hangt af van je cao en je verzekeringen — je boekhouder weet het en je hoeft er niet naar te raden.
Daarna komt wat er om hem heen staat en wat je zelden per persoon uitrekent: de bus met zijn afschrijving, verzekering, onderhoud en brandstof. Gereedschap dat slijt. Werkkleding en PBM’s. Telefoon en abonnement. Opleiding en certificering — VCA loopt af, een NEN-cursus kost een dag omzet plus het cursusgeld.
Reken die kosten toe aan de persoon, niet aan het bedrijf. Een bus die per jaar tienduizend euro kost en aan één monteur hangt, is tienduizend euro op zijn kostprijs. Zet je hem in de algemene kosten, dan lijkt elke monteur goedkoper dan hij is en klopt je uurtarief nergens meer.
En dan de fout die iedereen maakt
De meeste bedrijven delen die jaarkosten door het aantal gewerkte uren. Dat is te veel uren. Een monteur werkt geen tweeduizend factureerbare uren per jaar, en het verschil is groter dan je denkt.
- Vakantie en feestdagen gaan eraf. Dat is meteen een maand.
- Ziekte gaat eraf. Reken met een percentage, niet met nul — nul is optimisme, geen begroting.
- Reistijd tussen klussen gaat er meestal af. Bij een ploeg met vijf adressen per dag is dat zo een uur.
- Werkoverleg, keuringen, cursussen, bus laden en opruimen. Geen van die uren staat op een factuur.
- En het uur dat wegvalt omdat de klant niet thuis was, of het onderdeel niet geleverd bleek.
Wat er overblijft is je factureerbare uren, en dáár deel je de kosten door. Het verschil tussen delen door gewerkte uren en delen door factureerbare uren is bij de meeste bedrijven twintig tot dertig procent op de kostprijs. Dat is precies de marge waarvan je dacht dat je hem had.
Van kostprijs naar tarief
Kostprijs is wat het je kost. Je tarief is dat plus de marge die je bedrijf overeind houdt: kantoor, software, verzekeringen, en wat er overblijft om van te investeren. Wie op kostprijs offreert werkt met winst nul en merkt dat pas aan het eind van het jaar.
Een rekenblad dat dit voor je uitrekent, met de formules erin zodat je ze kunt narekenen: Gratis kostprijscalculator.
De uren die je wél maakte maar niet factureerde
Er is nog een derde stuk, en dat staat in geen enkele kostprijsberekening: het werk dat is gedaan en nooit op een factuur is beland. De storing die er tussendoor kwam, de bon die in de bus bleef liggen, het meerwerk waar niemand een opdracht voor vroeg. Dat is geen kosten- maar een omzetprobleem, en het is bij veel bedrijven groter dan de marge waar ze op sturen.
Wat dat je per jaar kost, met je eigen cijfers: Rekenhulp: wat kost een klus die blijft liggen.
Vragen
- Met hoeveel factureerbare uren per jaar moet ik rekenen?
- Dat verschilt te veel per bedrijf om er een getal voor te noemen — een servicemonteur met vijf adressen per dag zit heel anders dan iemand op één project. Reken het uit met je eigen urenregistratie van vorig jaar: gewerkte uren, en daarvan het deel dat op een factuur stond. Dat percentage is bruikbaarder dan elk branchegemiddelde.
- Moet de bus bij de monteur of bij de algemene kosten?
- Bij de monteur, als hij er de enige in is. Rijden er meerdere mensen in dezelfde bus, verdeel hem dan over die mensen. In de algemene kosten stoppen maakt elke monteur op papier goedkoper dan hij is.
- Wat als mijn berekende tarief hoger uitkomt dan wat de markt betaalt?
- Dan weet je iets wat je eerder niet wist, en dat is winst. Het antwoord is zelden je tarief verlagen: het is meestal je factureerbare uren omhoog krijgen, of het werk kiezen waar het tarief wél kan.
Verder lezen
Van papier naar digitaal: de eerste twee weken
Niet de software is het moeilijke deel. De ploeg is het moeilijke deel, en dat is te plannen.
LezenWat hoort er op een werkbon?
Acht dingen, en één ervan wordt bijna altijd vergeten tot een klant erover valt.
LezenOffline werken: wat het oplost en wat niet
De kruipruimte is het makkelijke deel. Het moeilijke deel begint als het bereik terugkomt.
Lezen
Liever zien hoe wij het doen?
Twintig minuten met een klus van jezelf erbij. Geen slides, en als het niet past zeggen we dat.